Rembrandt en vrouw Kandelaar

Rembrandt en vrouw Kandelaar

Voor de Tweede Wereldoorlog was in het pand waar nu ongeveer Gall & Gall is, de boekhandel annex herenkapsalon van Johan van Grieken gevestigd. De winkels waren toen zaterdagsavonds tot tien uur open. Na winkelsluitingstijd gingen sommige winkeliers en ook anderen dan naar Van Grieken om zich nog even te laten scheren voor de zondag. Dat even laten scheren kon nog weleens uitlopen tot ver in de kleine uurtjes en zondagsmorgens vroeg stonden diezelfde winkeliers weer in het kerkkoor te zingen in de r.k. kerk in de Schans. Over uithoudingsvermogen hadden deze heren niet te klagen. Er werd bij Van Grieken van alles bekokstoofd. Op een keer besloten de heren Gert Engel, Martien van Vliet en Wagenaar, de oud-directeur van de NWM, om Berndes maar weer eens een poets te bakken. Berndes was een dorpsfiguur, die nogal eens op de hak werd genomen, want hij kon zo lekker kwaad worden. Hij was huisschilder en woonde als vrijgezel in een klein huisje waar nu Dorpsstraat 11 is. Zijn scheldnaam was Rembrandt. De heren spraken af dat Wagenaar, namens vrouw Kandelaar (een boerin achter uit De Hoef) aan Berndes een briefkaart zou sturen met het verzoek om met behangboeken langs te komen, daar zij de kamer een nieuw behangetje wilde geven. Een paar dagen later zag Johan van Grieken Berndes langs fietsen met een stapel behangboeken achterop gebonden. Vrouw Kandelaar wist niet wat zij zag toen ze Berndes voor de deur zag staan met z'n behangboeken, want er hoefde helemaal niet behangen te worden. Voor Berndes zat er niets anders op dan met de pest erin weer naar Uithoorn te fietsen. Toen gebeurde er iets waar de drie heren niet op gerekend hadden. Berndes ging met de briefkaart naar Wolters, de rijksveldwachter en die moest maar eens uitzoeken wie die briefkaart geschreven had, want die had volgens Berndes valsheid in geschrifte gepleegd. Nu wilde het geval dat Wagenaar destijds een jonge gemeente-ambtenaar was en uit hoofde van zijn functie had hij wel eens met Wolters te maken. Wolters herkende het handschrift van Wagenaar en deze kon niet anders dan toegeven dat hij deze briefkaart had geschreven. Wolters adviseerde hem de zaak met Berndes uit te praten om verdere moeilijkheden te voorkomen. De drie heren hadden afgesproken met z'n drieën op te draaien voor de eventuele gevolgen. Berndes verlangde tien gulden schadevergoeding voor zijn verloren tijd, voor die tijd een behoorlijk bedrag. Wagenaar kon niet anders dan Berndes zijn tientje geven. De andere heren in het komplot waren natuurlijk nieuwsgierig hoe de zaak afgelopen was. Wagenaar vertelde hen: de man vijf gulden, dan zijn wij er van af. Prompt betaalden de anderen hem vijf gulden en zal Wagenaar wel in zijn vuistje gelachen hebben. Uiteindelijk was hij het die het zaakje opgeknapt had en daar mocht toch ook wel wat tegenover staan.
een verhaal van Freek Berkemeijer.
foto: 1934 dorpsstraat kapsalon en boekhandel van Grieken