Moortje

Het verhaal van Moortje de kat van Tewis Maijenburg


De familie Mayenburg die achter de Thamerlaan woonde, op de plaats waar nu de "Wilhelmina Residence" staat en als je dat niet weet lees dan RABO bank op de Christinalaan, had daar een bloemkwekerij. Vader Tewes, was een zeer geziene figuur in het gemeenschapsleven. Vooral naar de sport ging zijn belangstelling uit. Zo was hij medeoprichter van de Uithoorns Wielerclub en eerste voorzitter, één van de steunpilaren van IJsclub „Zijdelmeer" en een trouwe supporter van de voetbalvereniging Uithoorn.
De familie Mayenburg had een kat „Moortje" genaamd; een mooie zwarte kater. Op een dag in 1944 was Moortje zoek en Tewes ging op zoek naar z'n kat. Gerrit Vuyk woonde in de buurt van Tewes aan de Thamerlaan en hij hoorde Tewes „Moortje" roepen. Gerrit had gezien, dat Moortje naar binnen was gegaan bij Balk, die daar toen ook in die huisjes woonde. Tewes ging bij Balk vragen of ze Moortje hadden gezien. Nou Balk had hem „gezien" en als Tewes hem ook nog even wilde zien moest hij komen kijken. Tewes wilde dat natuurlijk wel, maar tot zijn stomme verbazing lag Moortje in de vleespan van Balk. Tewes kennende zal hij wel knap tekeer zijn gegaan tegen Balk en hij deed aangifte bij Kwantes, de rijksveldwachter. Er is toen proces-verbaal tegen Balk opgemaakt, maar Kwantes kon niet anders doen, dan het in beslag genomen zwarte velletje van Moortje bij Mayenburg bezorgen. Uiteraard ging bovenstaand verhaal als een lopend vuurtje door het dorp, en zo kwam de moord op Moortje ook bij Kees van Vliet terecht. Hij pakte de telefoon en vroeg of hij Tewes even kon spreken en zei: „Hallo met Mayenburg". Waarop van de andere kant van de lijn niets anders te horen was dan: Miauw, miauw, miauw!