Harry Brom in de prut

Harry Brom in de prut

Harry woonde in het Witte Huis aan de Thamerlaan, hoek oude provinciale weg. In het dorp was niet alleen Harry wereldberoemd, maar ook rijksveldwachter Wolters. Voor Wolters hadden alle kwajongens groot ontzag, want zijn gummistok zat erg los. Tegenwoordig moet je je als agent met stenen laten bekogelen en als de agent zelf een mep verkoopt moet de agent bij zijn superieuren op het matje komen. Daar had Wolters toen nog geen last van. Dirk Bruines, de “burgemeester” van de Amstelhoek, destijds wonende aan het Zijdelveld, had nadat hij wat had uitgehaald, van Wolters een draai om zijn oren gehad, zodat hij zich een week lang had afgevraagd of zijn oor er nog wel aan zat. Jan Rijneveld, de aannemer van de Meerlaan, vertelde mij het volgende over Harry Brom. Het gezin Brom behoorde tot de notabelen van het dorp, want meneer Brom was eigenaar van de tabaksfabriek Jan de Ruyter in de Schans. Harry genoot later in Maastricht van het goede Limburgse leven en slechts een enkele Uithoornaar zal zich Harry herinneren. Harry kreeg van zijn ouders een model opvoeding; zo mocht hij bijvoorbeeld niet naar de Uithoornse kermis. Maar hij kroop dan toch door het kelderraam en verscheen stiekem op de kermis. Later was Harry op alle feestjes en dansavonden van de partij en je kon geweldig met hem lachen. Hij was ook een heel goede amateur toneelspeler en had een van de hoofdrollen in het openluchtspel “De Princelijke Hand”, wat toen in Uithoorn met veel succes is opgevoerd. Ik heb eens met Harry als Sinterklaas en ik-zelf als Zwarte Piet gefungeerd op een St. Nicolaasfeest van de dansclub. Alle dames van de dansclub moesten bij de goede Sint op schoot een liedje zingen en daarna de Sint en Zwarte Piet een kusje geven. Het gevolg was, dat Harry zijn baard verloor, want die hinderde hem teveel bij het zoenen. Ik werd van Zwarte Piet, Witte Freek en alle dames hadden zwarte vegen in hun gezicht. Maar terug naar de confrontatie van Harry met Wolters. In en oud huisje op het Zijdelveld woonde Jacques Berndes. Die werd door de jeugd, waartoe ook Harry behoorde, nogal eens gepest met ruitje tikken, want hij kon zo lekker kwaad worden. Tot hij het zat was en zijn beklag deed bij Wolters, de rijksveldwachter. Wolters verscheen en de jongens vlogen uit angst voor de gummistok van Wolters alle kanten uit. Alleen Harry, die nogal gezet was, kon niet zo vlug wegkomen en hij belandde op een weiland waar nu de Irenelaan is. Rondom dat weiland waren sloten en Harry had de keus: of Wolters in de armen lopen, of dwars door de sloot aan de Thamerlaan het huis in vluchten en zijn moeder vertellen dat de jongens hem in de sloot hadden geduwd. Hij verkoos het laatste en u kunt zich misschien wel voorstellen, hoe dikke, blonde Harry er toen uitgezien heeft.
Verhaal van wijlen Freek Berkemeijer