De hagelstenen van Berndes

De hagelstenen van Berndes

Tijdens de windhoos die op 10 augustus 1925 over ons land trok en in Borculo zo veel schade aanrichtte, moet het in Uithoorn ook behoorlijk gespookt hebben. De kap van de hooiberg van boer Van Wijngaarden aan de Tienboerenweg vloog door de lucht helemaal naar de Amsteldijk. Ook had het erg gehageld. Achter slagerij Röling (ongeveer waar nu de Telefoonshop is) woonde toen Berndes. Hij leefde daar alleen in een klein huisje. Hij was schilder, maar praatte meer dan hij schilderde. Wij kwamen daar weleens in de buurt en ik kan mij nog herinneren dat het er een bende was. Toen het zo vreselijk gehageld had, kwamen Kees v.d. Ploeg en slager Röling op het idee om Berndes te foppen. De familie v/d Ploeg woonde toen naast Röling en had een kruidenierswinkel en groothandel in dranken. Berndes was tijdens die enorme hagelbui niet thuis en v/d Ploeg en Röling maakten van een staaf ijs waarmee destijds de koelkast werd gekoeld, hagelstenen zo groot als een tennisbal en ze legden die bij Berndes voor de deur in de hoop dat hij gauw thuis zou komen. Dat gebeurde ook. Berndes vond de hagelstenen voor zijn deur en ging er op een holletje mee naar Röling om ze te laten zien en te laten wegen. Ze wogen meer dan 3½ ons en volgens Berndes was het een wonder der natuur. De volgende dag verscheen in de Courant het Nieuws van de Dag een bericht dat er in Uithoorn hagelstenen zo groot als tennisballen waren gevallen. Uiteraard bleef het niet geheim wat die twee uitgehaald hadden. Iedereen had er de grootste schik om, maar toen Berndes er achter kwam, was hij briesend. Slager Röling kreeg van hem te horen dat hij godslasterlijk had gehandeld. Maar gestraft is Röling er nog niet voor, want hij liep ten tijde dat ik dit schreef nog elke dag kaarsrecht door ons dorp te wandelen.